Vocabulaire
accomplir un acte =
een daad stellen
déclarer =
verklaren
exercer le pouvoir =
de macht uitoefenen, aan de macht zijn
l'habilité (fém.) =
de bevoegdheid
immatriculer =
inschrijven
la clôture =
de afsluiting
la liste électorale =
de kiezerslijst
l'électeur (masc.) =
de kiezer
solliciter =
verzoeken, aanvragen